PROTOCOL SCHORSING EN VERZUIM

Leerlingen en medewerkers moeten zich veilig kunnen voelen.
Hiervoor zijn regels nodig die gelden voor leerlingen en medewerkers. Wij noemen dit gedragsregels. Nederland kent een Leerplichtwet. De verplichting om te zorgen, dat jongeren als leerlingen van een school staan ingeschreven, begint op de eerste schooldag van de maand volgende op die waarin de jongeren de leeftijd van vijf jaar bereiken. Deze leerplicht eindigt op de achttiende verjaardag of wanneer er sprake is van behaalde startbekwaamheid in het beroepenveld. Vanuit dit oogpunt is in Nederland toelating regel en niet-toelating of verwijdering uitzondering. Kortom, een leerling mag in beginsel niet van onderwijs verstoken zijn.

Daarnaast hebben ouders in beginsel keuzevrijheid ten aanzien van de school voor hun kinderen. Deze keuze bepalen zij onder meer aan de hand van de pedagogische en didactische opvattingen van de school en de levensbeschouwelijke kleur van de school. De keuzevrijheid is grondwettelijk verankerd, evenals de vrijheid onderwijs aan te bieden. Juist daarom moet zorgvuldig met de schoolkeuze van ouders worden omgaan. Ook daarom is toelating regel, en wel toelating tot de school van keuze.

Soms komt het voor dat een leerling zich zo gedraagt dat het niet haalbaar, wenselijk of verantwoord meer is en hij voor een moment, gedurende een dag of langer, uit de situatie gehaald moet worden.
In dit geval vindt direct overleg plaats met de orthopedagoog en leidinggevenden van onderwijs. In goed overleg gaat een besluit genomen worden door de locatie directeur, welke maatregel voor dat moment passend is.

Het kan zijn dat de school zich uiteindelijk genoodzaakt ziet een leerling te schorsen en/of te verwijderen. Dit protocol is bedoeld om de procedure hierover inzichtelijk en transparant te maken en daarmee een bijdrage te leveren aan een juiste en zorgvuldige uitvoering. In de schoolgids zijn ook de regels over schorsing en verwijdering te vinden.

Niet altijd is het het gedrag van de leerlingen zelf dat aanleiding geeft tot de uiterste maatregel van verwijdering. Ook het gedrag en/of opstelling van ouders1 kan aanleiding zijn om als uiterste maatregel over te moeten gaan tot verwijdering van hun zoon of dochter. Omdat er nog een aantal maatregelen naar die ouders toe is die voorafgaand aan een eventuele verwijdering kunnen worden genomen om deze uiterste maartregel mogelijk te voorkomen, is een apart hoofdstuk (4) gewijd aan een protocol met de procedure voor omgang met ouders met voor de school onaanvaardbaar gedrag of een onaanvaardbare opstelling.

De toelichting en de bijlagen maken onderdeel uit van het protocol dag-time-out, schorsing en verwijdering van leerlingen en het onaanvaardbaar gedrag van ouders.

1. DAG-TIME-OUT
Van een dag- time-out is sprake wanneer de leerling één dag of korter het recht op deelname aan het onderwijs wordt ontzegd. Een dag-time-out zal normaliter gedurende een schooldag worden opgelegd en gelden voor die desbetreffende schooldag. De leerling wordt de toegang tot de school ontzegd.

Grond voor dag-time-out
Grond voor een dag-time-out is ontoelaatbaar gedrag of een ernstig incident dat het in het belang van de leerling en/of de school noodzakelijk maakt dat de leerling voor de duur van maximaal één dag niet deelneemt aan de les en niet op school komt/is.

Toelichting:
Criteria om over te gaan tot een dag-time-out zijn:
-een leerling vertoont dermate (ontoelaatbaar) gedrag dat medeleerlingen en/of medewerkers zich op school niet meer veilig voelen omdat de leerling fysiek geweld gebruikt, pest, treitert, misbruik maakt van macht, bedreigt, chanteert, discrimineert, of aanwijzingen van docenten en/of schooldirectie negeert;
-een leerling maakt zich schuldig aan vandalisme, vernielt of beschadigt zaken of vervuilt deze zeer buitensporig.

Procedure voor dag-time-out
1. Een CvB-lid2 is bevoegd een dag-time-out op te leggen aan een leerling. Alle CvB-leden worden hiervan schriftelijk in kennis gesteld.
2. De maximale duur van de dag-time-out bedraagt één dag.
3. De ouders worden zo spoedig mogelijk, van het opleggen van de dag-time-out en de grond daarvoor gemotiveerd, in kennis gesteld. De ouders dienen zo spoedig mogelijk, nadien, de zorg voor hun kind van de school over te nemen. De school stelt de leerling in staat, bijvoorbeeld door het opgeven van huiswerk, te voorkomen dat deze een achterstand oploopt, mits de situatie hiervoor passend is.
4. Het CvB-lid deelt het toepassen van de dag-time-out en de grond daarvoor vervolgens telefonisch en per mail aan de ouders mee. De mail wordt bewaard in het leerlingvolgsysteem. Er moet altijd telefonisch contact geweest zijn voordat een leerling naar huis kan. Als het niet lukt om telefonisch contact te krijgen beslist het CvB-lid of de leerling alsnog naar huis kan en hoe er op een andere manier contact kan worden gemaakt met ouders.
5. De ouders en de leerling worden uitgenodigd voor een herstelgesprek, dat op korte termijn dient plaats te vinden (bij voorkeur dezelfde dag en anders de volgende ochtend). Hierbij zijn de leerling, zijn/ haar ouders, de betreffende collega waar het incident bij plaats heeft gevonden en een CvB-lid of een tweede collega aanwezig
6. Van het incident en het herstelgesprek met de ouders wordt een verslag gemaakt. Dit wordt aan ouders en alle CvB-leden gemaild, (bijlage 1), dat ‘voor gezien’ getekend wordt door de ouders en in het leerlingendossier wordt opgeborgen.

2. SCHORSEN

Van schorsing van een leerling is sprake wanneer de leerling tijdelijk – maximaal 5 schooldagen – het recht op deelname aan het onderwijs wordt ontzegd. Wanneer de ontzegging van de deelname aan het onderwijs maximaal één dag omvat, betreft het geen schorsing maar een dag-time-out (zie hoofdstuk 1: dag-time-out).

Regels rondom schorsen (voortgezet) speciaal onderwijs (onderwijsinspectie)
De mogelijkheid om leerlingen te schorsen, is nog redelijk nieuw in de Wet op de expertisecentra (vanaf 1 augustus 2014 in de wet opgenomen).

Het incident is van dien aard dat de leerling niet meer in staat is om dezelfde dag weer in te kunnen stromen in de les. We praten hier van een wettelijke maatregel. Een schorsing mag maximaal 5 schooldagen duren. Hiervan wordt ook direct melding gedaan bij ouders via de telefoon en schriftelijk met het schorsingsbesluit. In deze brief wordt ook gewezen op de mogelijkheid tot het aantekenen van bezwaar. Het besluit tot schorsing wordt genomen door de locatie directeur. Er wordt melding gedaan bij de leerplicht en bij de onderwijsinspectie.

Samen met ouders en de gedragskundigen en leidinggevenden van de school wordt vervolgens bepaald welke maatregelen we kunnen nemen om herhaling te voorkomen. Voordat de leerling het onderwijs weer kan hervatten, vindt er een herstelgesprek plaats met de leerling, de ouders en de mentor van de leerling. Wanneer het een incident betreft, is de collega(‘s), die bij het incident betrokken was, bij dit herstelgesprek aanwezig.

Bij het schorsen van een leerling toetst de onderwijsinspectie of de school en/of het bestuur zich aan de wet houdt en controleert de volgende punten:

Het bevoegd gezag kan met opgave van redenen een leerling voor een periode van ten hoogste één week schorsen.

Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk aan de ouders dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, aan de leerling bekendgemaakt.

Het bevoegd gezag stelt de inspectie van een schorsing voor een periode langer dan één dag schriftelijk en met opgave van redenen onverwijld in kennis.

Gronden voor schorsing
1. Ernstig wangedrag van de leerling, waardoor de leerling een ernstige bedreiging vormt van de orde, rust en/of veiligheid op school.
2. Ernstig wangedrag van de ouder(s) van de leerling, waardoor de ouders een ernstige bedreiging vormen voor de orde, rust en/of veiligheid op school. Zie ook paragraaf 0.6
3. Een andere grond die het in het belang van de school en/of de school dringend noodzakelijk maakt dat de leerling tijdelijk niet deelneemt aan de les of niet op school komt.

Toelichting:
Ad 1. Hierbij kunt u denken, maar niet uitsluitend, aan herhaalde driftbuien of mishandeling van een medeleerling. Het kan hier gaan om een enkele actie, maar ook om een herhaalde actie of om een gedragspatroon.
Ad 2. Te denken valt bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, aan de bedreiging van medeleerling of een medewerker van de school.
Ad 3. Andere gronden kunnen zijn: gebruik van alcohol of drugs tijdens schooltijden, handel in drugs of in gestolen goederen, bezit van wapens of vuurwerk. herhaalde les-/ordeverstoring, wangedrag tegenover leerkrachten en/of medeleerlingen, diefstal, beroving, afpersing, bedreiging, geweldpleging

Procedure voor schorsing
Een CvB-lid kan uitsluitend na overleg met de locatiedirecteur een leerling schorsen namens de school. Daarnaast is de CvB zelf tot schorsing bevoegd.

De school kan op grond van artikel 40c lid 1 WPO en artikel 40a lid 1 WEC een leerling voor langer dan 1 dag, doch maximaal 5 schooldagen met opgave van redenen (zie punt 5) schorsen.

Een schorsing vindt pas plaats na overleg met de leerling, de ouders en de mentor/docent, tenzij het in het belang van de school en/of de leerling noodzakelijk is om de schorsing met onmiddellijke ingang te laten ingaan. In dat geval heeft het in de eerste zin genoemde overleg alsnog zo spoedig mogelijk plaats.

Het CvB-lid deelt het toepassen van de schorsing per mail aan de ouders mee. Deze mail bewaart de school in het leerlingvolgsysteem.

In het besluit worden de redenen voor schorsing, de aanvang en de tijdsduur daarvan vermeld en eventuele andere genomen maatregelen. De school stelt de leerling in staat, bijvoorbeeld door het opgeven van huiswerk, te voorkomen dat deze een achterstand oploopt.

De onderwijsinspectie ontvangt een afschrift van de desbetreffende brief. Hierdoor wordt voldaan aan artikel 40c lid 3 WPO en artikel 40a lid 3 WEC.

3. VERWIJDERING VAN LEERLINGEN
Nadat blijkt dat meerdere schorsingsmaatregelen niet het beoogde effect hebben, kan verwijdering als corrigerende strafmaatregel worden toegepast. Verwijdering kan ook worden toegepast als onmiddellijke maatregel naar aanleiding van een ernstige aangelegenheid.

Van verwijdering van een leerling is sprake wanneer het bestuur besluit een leerling de verdere toegang tot de school te ontzeggen.

Regels rondom verwijdering in het (voortgezet) speciaal onderwijs volgens de onderwijsinspectie
Voor het verwijderen van een leerling van een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso) gelden regels. Hieronder een toelichting:

Voordat wordt besloten tot verwijdering hoort het bestuur de betrokken docent(en) en de ouders en neemt deze gesprekken op in het leerlingendossier.

Het bevoegd gezag informeert de ouders schriftelijk over de verwijdering. In deze brief moet de aard van de verwijdering moet duidelijk worden verwoord en met redenen worden omkleed.

Binnen 6 weken na de schriftelijke mededeling kunnen de ouders bij het bevoegd gezag schriftelijk hun bezwaren kenbaar maken tegen de beslissing tot verwijdering. 

Het bevoegd gezag beslist binnen 4 weken na ontvangst van de bezwaren, maar mag pas beslissen:
a. na overleg met de inspecteur en desgewenst met andere deskundigen,
b. nadat de ouders kennis hebben kunnen nemen van de op de beslissing betrekking hebbende adviezen of rapporten, en
c. de ouders opnieuw zijn gehoord.

Voor leerlingen van (voormalig) cluster 3 en 4 betreft dat de definitieve verwijdering van een leerplichtige leerling niet eerder plaats vindt dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere school bereid is de leerling toe te laten. 

Voor leerlingen van (voormalig) cluster 1 of 2: Het bevoegd gezag kan tot definitieve verwijdering overgaan indien aantoonbaar gedurende 8 weken zonder succes is gezocht naar een school of school waarnaar kan worden verwezen. Daarna is de leerplichtambtenaar aan zet.

Ouders of meerderjarige leerlingen kunnen sinds 1 augustus 2014 een geschil over de verwijdering van een leerling aanhangig maken bij de Tijdelijke geschillencommissie toelating en verwijdering. De inspectie stelt zich in deze gevallen dan ook terughoudend op. Signalen of een groot aantal procedures bij bijvoorbeeld de Tijdelijke geschillencommissie toelating en verwijdering kunnen voor de inspectie aanleiding zijn voor nader onderzoek.

Gronden voor verwijdering
Ernstig wangedrag van de leerling, waardoor de leerling een ernstige bedreiging vormt van de orde, rust en/of veiligheid op school

Ernstig wangedrag van de ouder(s) van de leerling, waardoor de ouders een ernstige bedreiging vormen voor de orde, rust en/of veiligheid op school

Een onherstelbaar verstoorde relatie tussen school en leerling

Het niet in voldoende mate tegemoet kunnen komen aan de hulpvraag die de leerling stelt

Toelichting:
Ad 1. Te denken valt bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, aan herhaalde driftbuien of mishandeling van een medeleerling. Het kan hier gaan om een enkele actie, maar ook om een herhaalde actie of om een gedragspatroon.
Ad 2. Te denken valt bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, aan bedreiging van medeleerling of een medewerker van de school.
Ad 4. Het bestuur zal dienen te onderzoeken of de leerling, in het belang van de leerling en de onbelemmerde voortgang van het onderwijs, nog langer op de school te handhaven is. Daarbij is een rapport van een onafhankelijke deskundige noodzakelijk.

Procedure voor verwijdering

Verwijdering van een leerling is een maatregel die de school slechts in het uiterste geval en pas na zeer zorgvuldige afweging mag nemen. Bij de beslissing tot verwijdering moet volgens de wettelijk vastgestelde procedures worden gewerkt:

De locatie directeur geeft schriftelijk een signaal af aan het bestuur van de onderwijsstichting waar de school onder valt en de CvB dat een leerling niet langer op school is te handhaven.

In het geval tot verwijdering wordt overgegaan wegens handelingsverlegenheid, omdat niet in de ondersteuningsbehoefte van de leerling kan worden voorzien.
Er dient altijd een volledig ontwikkelingsperspectief (OPP) in het leerlingendossier aanwezig te zijn, waarmee daadwerkelijk is gewerkt. De handelingsverlegenheid dient namelijk onder meer te blijken uit dit OPP. Alleen in het geval dat een OPP niet kan worden opgesteld, doordat de ouders hun medewerking niet geven (zoals in hoofdstuk 4 beschreven), kan uiteindelijk worden volstaan met een eenzijdig OPP, waarvan de uitvoering door dit gebrek aan medewerking stokt.

Voordat de locatie directeur tot verwijdering van een leerling besluit over te gaan, worden zowel de betrokken mentor als de ouders op de hoogte gesteld, nadat het desbetreffende dossier doorgenomen is met de CvB. Indien het voornemen bestaat om de leerling gedurende de looptijd van de besluitvorming en het zoeken naar een andere school te schorsen, worden de ouders ook over dit voornemen op de hoogte gesteld.
NB. Uit een uitspraak van de rechter blijkt dat nooit langer dan 5 schooldagen geschorst kan worden. Gedurende de periode van een voornemen tot verwijdering kan dus niet langer dan maximaal 5 schooldagen worden geschorst.

De ouders ontvangen van de locatie directeur schriftelijk een gemotiveerd besluit tot verwijdering, waarbij wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen 6 weken schriftelijk bezwaar te maken tegen het besluit. De brief wordt aangetekend met bericht van ontvangst en per gewone post verzonden.

De leerplichtambtenaar en de onderwijsinspectie ontvangen een afschrift van de desbetreffende brief.

De directeur meldt, namens de school, het besluit tot verwijdering van de leerling terstond, doch uiterlijk binnen 7 dagen aan de leerplichtambtenaar.

Indien ouders bezwaar maken, hoort de CvB hen over dit bezwaarschrift.

De CvB neemt binnen 4 weken na ontvangst van het bezwaarschrift een besluit. Dit besluit wordt zowel per gewone post als aangetekend met bericht van ontvangst aan de ouders verzonden. In dit geval betreft het een school voor speciaal onderwijs. Dan worden de ouders erop gewezen dat de bestuursrechter niet bevoegd is, maar de civiele rechter.

Definitieve verwijdering vindt pas plaats nadat een andere school bereid is de leerling toe te laten. Onder “andere school” kan ook worden verstaan: een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een instelling voor voortgezet speciaal onderwijs. Dit is een resultaatsverplichting.
Zonder de bereidheid van een andere school de leerling toe te laten, kan niet verwijderd worden.

Van het besluit tot verwijdering wordt de onderwijsinspectie op de hoogte gesteld. In de wet is geen informatieplicht aan de onderwijsinspecteur vastgelegd. Uit het oogpunt van zorgvuldigheid is het wel aan te raden de inspecteur in kennis te stellen.

Dossiervorming

De teamleider is eindverantwoordelijk voor het bijhouden van het dossier in het leerlingvolgsysteem, waarin wordt opgenomen welke problemen zijn opgetreden, wat de school eraan gedaan heeft om deze op te lossen en om de verwijdering van de leerling te voorkomen. De mentor zorgt da In het dossier bevindt zich - behoudens in het geval het daarmee beoogde doel daarmee niet (meer) bereikt kan worden - een afschrift van de schriftelijke waarschuwing van de school aan de (ouders van de) leerling waarbij gewezen wordt op mogelijke verwijdering als de aan de verwijdering ten grondslag liggende grond aanhoudt. Ook heeft de school afschriften van alle brieven die zijn aangegeven bij de procedure voor verwijdering.

De wettelijke regels rond het toelaten, schorsen en verwijderen van leerlingen vindt u in artikel 40 (lid 18, 19, 20, 21), artikel 40a en artikel 61 (lid 2, 3, 4) van de Wet op de expertisecentra.

4. OMGANG MET OUDERS

Soms kan het gedrag van de ouders verstorend werken op de goede relatie die tussen school en ouders behoort te bestaan om de eerste taak van een school te bereiken, namelijk het geven van goed onderwijs aan een leerling. Er behoort een gezonde wisselwerking te zijn tussen opvoeders en de leerkrachten met inachtneming van ieders rol ten opzichte van de leerling. Dit betekent overigens dat een gezonde kritische opstelling van ouders ten opzichte van het onderwijs dat hun kind ontvangt deze wisselwerking alleen maar ten goede kan komen. De school zet zich tot uiterste in om goed onderwijs te verzorgen, maar is daarbij niet onfeilbaar, zodat het meedenken van ouders in dezen alleen maar de kwaliteit doet verbeteren.

Omgang met ouders die de rust van het onderwijsproces verstoren
Er zijn diverse stappen aangewezen om te trachten te voorkomen dat geschillen met ouders ontaarden in conflicten, waarbij het gedrag van ouders onaanvaardbaar wordt.

Aanspreken op gedrag

Indien zich een eerste incident met een ouder voordoet, dan is het zaak dat door de locatie directeur van de school – ook als deze het onderwerp van het incident is – gepoogd wordt om de ouder te kalmeren en met deze in gesprek te gaan en te wijzen op de regel dat ouders, leerlingen en personeel met respect met elkaar dienen om te gaan, om vervolgens de ouder te verzoeken alsnog op rustige wijze zijn klacht te verklaren en toe te lichten.

Afhankelijk van de ernst van het gedrag, kan het gesprek worden gevolgd door een brief waarin duidelijk de omgangsnormen op de school worden uitgelegd en dat daarom dergelijk gedrag niet wordt getolereerd.

Wanneer desondanks dit storende gedrag van de ouder(s) zich herhaalt of zich voortzet, dienen betrokken ouders nogmaals voor een gesprek te worden uitgenodigd door de locatie directeur. In dit gesprek moet worden gewaarschuwd dat als zich nog één keer een incident voordoet, zal worden overgegaan tot het ontzeggen van de toegang tot de school en haar terreinen. Dit gesprek wordt altijd schriftelijk bevestigd en vastgelegd in het leerlingendossier.



Wanneer het gedrag van de betrokken ouder(s) onaanvaardbaar blijft, dient een derde gesprek plaats te vinden, waarbij wordt medegedeeld dat de toegang tot school en terreinen met onmiddellijke ingang voor 5 weken wordt ontzegd, behoudens op uitdrukkelijke uitnodiging door de locatie directeur. Deze ontzegging moet per aangetekende brief (met bericht van ontvangst) worden bevestigd, waarin tevens een uitnodiging om in de laatste week van de ontzegging nog te overleggen, moet zijn opgenomen.

De school dient van deze ontzegging de wijkagent in te lichten. De school is immers niet bevoegd om bij overtreding van het toegangsverbod, de betrokken ouders zelf te verwijderen uit de school of van de terreinen

Mocht in de laatste week van de ontzegging het gesprek positief verlopen, dan kan de ontzegging door het bestuur worden opgeheven.



Opstelling van de ouders

Wanneer er sprake is van een leerling met ondersteuningsbehoefte, dan is de medewerking van ouders op velerlei terreinen noodzakelijk. Te denken valt aan het toestemming geven voor nadere onderzoeken naar factoren bij de leerling die het leerproces belemmeren.



Wanneer ouders niet willen meewerken aan noodzakelijke onderzoeken, is een indringend gesprek met ouders in het bijzijn van de orthopedagoog en de mentor noodzakelijk, om hen er van te overtuigen dat zonder hun medewerking de school niet het vereiste goede (passende) onderwijs aan de leerling kan geven. Waarschijnlijk zal het niet bij één gesprek blijven om de medewerking van de ouders te verkrijgen. In het belang van de leerling moet de school zich tot het uiterste inspannen om in overleg tot de juiste onderzoeken en ondersteuning te komen.

Verwijdering van een leerling op grond van gedrag/opstelling van ouders
Het gedrag van de ouders kan op twee manieren een grond vormen voor verwijdering van een leerling.

Aanhoudend onaanvaardbaar gedrag


De school is zich ervan bewust dat een leerling niet verantwoordelijk is voor het gedrag van zijn ouders. Dit betekent dat als het met de leerling op school niet slecht gaat, het niet verantwoord is om de leerling te verwijderen. Deze mag niet de dupe worden van het bedrag van zijn ouders. Alleen als het (wan)gedrag van zijn ouders blijft aanhouden, zal de school niet anders kunnen dan de leerling te verwijderen, nadat een nieuwe school bereid is gevonden de leerling toe te laten.

Aanhoudend niet meewerkende opstelling


Wanneer uit het leerlingendossier blijkt dat de school zich tot het uiterste heeft ingespannen om de medewerking van de ouders te verkrijgen, en het evident is dat zonder deze medewerking de school in een situatie van handelingsverlegenheid is gekomen – er kan bijvoorbeeld hierdoor geen goed ontwikkelingsperspectief worden opgesteld – dan is verwijdering, nadat er een andere school is gevonden die bereid is de leerling toe te laten, aan de orde.