Veiligheidsprotocol

VSO Deventer biedt onderwijs aan leerlingen van 12 tot 20 jaar met leer-, ontwikkelings- en gedragsproblemen. We willen dat alle leerlingen en medewerkers zich veilig voelen. Om dit te bereiken wordt er actief en continu geïnvesteerd in het pedagogisch klimaat. De uitgangspunten die wij hanteren sluiten aan bij onze missie en visie, namelijk dat alle leerlingen elke dag een nieuwe kans krijgen om hun mogelijkheden en kwaliteiten te ontdekken en tot leren te komen.
Wij willen leerlingen (met een specialistische ondersteuningsvraag) voorbereiden op een toekomst die aansluit bij hun eigen kracht, zodat ze hun talenten maximaal kunnen ontplooien en sterker staan in de samenleving. VSO Deventer geeft leerlingen de kans om toe te werken naar een toekomst waarin zij optimaal kunnen participeren in de maatschappij. Die toekomst begint vandaag!
Waar “ouders” staat, kan ook gelezen worden “verzorgers/groepsleiding”.

Uitgangspunten
• Alle medewerkers geven het goede voorbeeld
• Alle medewerkers zijn erop gericht om door middel van pedagogisch handelen alle leerlingen op een positieve manier de dag door te laten komen
• Duidelijke regels en afspraken dragen bij aan het handhaven van een veilig klimaat
• Schoolnorm wordt vastgesteld met leerlingen om omgangsvormen die bijdragen aan een veilig klimaat bespreekbaar te maken en gezamenlijk te bewaken
• Door preventief handelen wordt ervoor gezorgd dat escalaties en conflicten zoveel mogelijk worden voorkomen
• De veiligheidsfunctionaris heeft een signalerende rol binnen de school
• We nemen pesten serieus en handelen hier actief en preventief op
• We zorgen goed voor onze medewerkers
• Ons veiligheidsplan is geen statisch document, maar wordt aangepast en aangevuld wanneer nodig.
   
1 Preventief beleid

Dagstart
Elke ochtend wordt er, voordat de lessen starten, gestart met een rondje met alle werknemers. Tijdens dit rondje worden eventuele bijzonderheden besproken. Dit heeft niet alleen betrekking op bijzonderheden rondom de leerlingen, maar ook werknemers kunnen tijdens het rondje bijzonderheden vermelden.

DECT- telefoons
Alle medewerkers beschikken over een eigen DECT-telefoon, waarmee hij of zij kan bellen en te allen tijde bereikbaar zijn. Daarnaast kan de DECT-telefoon gebruikt worden om hulp in te schakelen wanneer dat nodig is. Dit bevordert de veiligheidsbeleving van medewerkers en leerlingen.

Gewenst gedrag
Er wordt preventief gehandeld door docenten, wat ervoor zorgt dat escalaties en conflicten zoveel mogelijk voorkomen kunnen worden. De docent formuleert voornamelijk in gewenst gedrag, zodat het voor leerlingen helder is wat er van hen verwacht wordt. Er zijn duidelijke schoolregels en elke mentor stelt aan het begin van het jaar klasregels op met de klas. Hierdoor is duidelijk voor leerlingen wat gewenst gedrag is en ook waar de grens ligt.

Onze gedachte is dat gedrag niet enkel en alleen voortkomt uit kenmerken van de leerlingen, maar ook dat het ontstaat vanuit de interactie tussen de leerling en zijn omgeving. Als een leerling een time-out krijgt (en bepaalde tijd apart zitten in de klas/ in een andere klas of bij een collega zonder klas) dient deze niet alleen als schakelmoment voor de leerling, maar ook als reflectiemoment voor de docent waarin hij zich kan bezinnen op zijn aanpak richting de leerling.

Scholing medewerkers de-escalerend werken
Binnen VSO Deventer is de LO-docent gespecialiseerd medewerkers te trainen in de-escalerend werken en mentale en fysieke weerbaarheid. In het document protocol ‘nieuw personeel’ is opgenomen dat elke nieuwe medewerker binnen drie maanden na indiensttreding de basistraining volgt.
Daarnaast wordt minimaal één keer per jaar een herhalingstraining gegeven. Binnen deze herhalingstrainingen is er ruimte voor maatwerk en een vraag gestuurd aanbod.

Sociale en emotionele ontwikkeling van leerlingen in de klas

Binnen VSO Deventer wordt de m
ethode Mentormix binnen de vmbo-klassen gebruikt als methode voor sociaal- emotionele ontwikkeling. Binnen de entree-opleiding wordt gebruik gemaakt van de methodes die Aventus aanbiedt, aangevuld door de methode Leefstijl.

BHV
Binnen Pluryn zijn op elke locatie bedrijfshulpverleners (BHV) aanwezig. De BHV-ers hebben als taak om bij een ongeval eerste hulp te verlenen, te alarmeren en evacueren in geval van nood en zij beginnen met blussen in het geval van brand. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor het uitvoeren van ontruimingsoefeningen. De BHV-ers zorgen aan het begin van het schooljaar dat er een ontruimingsoefening is voor alle leerlingen en het personeel. Tevens komen de BHV-ers minimaal drie maar per jaar samen voor overleg en controle van materialen.

Monitoring sociale veiligheid
Een veilige omgeving is een voorwaarde voor leerlingen om te kunnen leren en zich te kunnen ontwikkelen. De wet Veiligheid op school verplicht scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs om te zorgen voor de sociale veiligheid van alle leerlingen. Een belangrijk element van deze wet is verplichte monitoring. Daarmee houdt de school zicht op de veiligheidsbeleving van de leerlingen. De inspectie houdt vanaf schooljaar 2016-2017 toezicht op de monitoring. (Bron: Stichting School & Veiligheid).

Om een goed veiligheidsbeleid te kunnen voeren, wil VSO Deventer weten hoe het met de beleving van sociale veiligheid op school is gesteld. Niet alleen bij medewerkers, maar zeker ook bij de leerlingen en ouders/verzorgers. Daarom wordt jaarlijks de sociale veiligheid bij leerlingen en medewerkers gemeten en één keer per twee jaar bij ouders/verzorgers. Hiervoor wordt de vragenlijst Veiligheid en Welbevinden uit WMK gebruikt. Deze monitor geeft antwoord op de volgende vragen:
• Hoe ervaren leerlingen de sociale veiligheid op school?
• Hebben leerlingen te maken met aantasting van de sociale veiligheid, zoals door pesten, geweld, discriminatie, etc.?
• Hoe is het gesteld met het welbevinden van leerlingen op school?

In geval van medewerkers, hebben de gestelde vragen betrekking op medewerkers, niet op leerlingen.

Op basis van de uitkomsten van de monitor wordt het gevoerde beleid rondom sociale veiligheid geëvalueerd binnen de Medezeggenschapsraad, Commissie voor de Begeleiding, het schoolteam en waar nodig bijgesteld. Is het beleid effectief geweest? Zijn de beoogde doelstellingen gehaald? Geven de uitkomsten van de monitoring aanleiding om het gevoerde beleid bij te stellen? Eventuele verbeteracties worden vastgelegd in het jaarplan dat één keer per drie maanden wordt geëvalueerd in de Commissie voor de Begeleiding.

VSO Deventer deelt de uitkomsten van de monitor met de inspectie.

Risico Inventarisatie & Evaluatie
De RI&E wordt uitgevoerd op basis van de wettelijke verplichtingen zoals deze omschreven zijn in de Arbowet. Vanaf 2013 is de RI&E gesplitst in de ‘technische RI&E’ en een ‘RI&E Welzijn’.

Eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de RI&E Welzijn en de daaruit voortvloeiende plannen van aanpak is het management dat verbonden is aan de locatie. In het geval van de Technische RI&E is het Hoofd Veiligheid verantwoordelijk voor de uitvoering van de RI&E en het lokale management is verantwoordelijk voor de uitvoering van
het plan van aanpak dat voortkomt uit deze RI&E.

Aan de hand van de bevindingen voortkomend uit de evaluatie wordt een plan van aanpak opgesteld dat meerdere jaren betreft. De voortgang van de uitvoering wordt in de Arbo commissie besproken en gevolgd. Toetsing van de RI&E vindt plaats door een externe en erkende instantie.
De Technische RI&E behelst de onderwerpen: gebouwen, buitenruimten, gevaarlijke stoffen en gebruikersvergunningen.
De RI&E Welzijn behelst de onderwerpen: Agressie en Geweld, Werkdruk, Ongewenst gedrag, Fysieke belasting en Biologische agentia.
De Technische RI&E wordt jaarlijks bijgesteld. De RI&E Welzijn heeft een geldigheidsduur van 4 jaar, waarin de veiligheidsfunctionaris ondersteund door de intern begeleider en manager de uitvoering van het plan van aanpak volgt en eventueel bijstelt. Na vier jaar vindt er een nieuwe Risico Inventarisatie en Evaluatie plaats.

2 Schoolregels
VSO Deventer hecht aan een zo optimaal mogelijk leerklimaat met duidelijke regels en afspraken. Die maken het makkelijker om elkaar te begrijpen en met elkaar om te gaan. Wat mag de leerling verwachten van de docent?
• De mentor is aanspreekpunt voor alle dagelijkse schoolse zaken voor de leerling en
contactpersoon voor ouders en verzorgers.
• De docent geeft duidelijk aan wat hij van de leerling verwacht. Uiteindelijk is de
docent verantwoordelijk voor wat er in de klas gebeurt. Hij/zij zorgt voor overzicht en
duidelijkheid in de klas. Daardoor weet de leerling:
• wat zijn/haar lesrooster voor die dag is
• dat andere docenten de les kunnen overnemen
• dat alle lessen op elkaar zijn afgestemd
• Het lesprogramma is inzichtelijk en sluit aan bij het ontwikkelingsperspectief.

Elke leerling heeft rechten én plichten:
• Elke leerling heeft recht op een veilige school
• Elke leerling heeft de plicht te zorgen dat andere leerlingen zich veilig voelen
• Elke leerling heeft recht op een gezonde en sfeervolle school
• Elke leerling heeft de plicht ervoor te zorgen dat hij of zij geen dingen meeneemt naar school die de gezondheid en de goede sfeer in gevaar brengen
• Elke leerling heeft recht op het optimaal volgen van de les
• Elke leerling heeft de plicht om voor lestijd telefoon of andere geluid- of beeld dragende apparatuur af te geven bij de docent. (In uitzonderlijke gevallen zijn hier afspraken over te maken. Deze staan dan in het individuele ontwikkelingsperspectief beschreven)
• Elke leerling heeft het recht zich te kleden zoals hij/zij prettig vindt
• Leerlingen doen in de school hun jassen uit en petten af.
• Op praktijkafdelingen kunnen specifieke eisen aan kleding worden gesteld. De leerling moet aan deze eisen voldoen om de lessen te kunnen volgen.

Elke leerling ontvangt bij aanvang van het schooljaar, of bij latere instroom wanneer hij/zij start, de schoolregels. Deze regels worden met alle leerlingen doorgenomen. De leerling ondertekent het formulier en gaat akkoord met de schoolregels die deze locatie hanteert en zal zich hieraan conformeren. De ondertekende versie wordt in het dossier van de leerling opgenomen.

Ons kompas
Onze leerlingen:
• Staan centraal, met hun dromen, drijfveren en talenten
• Ontdekken en ontwikkelen hun creativiteit
• Worden persoonlijk ondersteund (maatwerk), want iedere leerling is uniek
• Maken kennis met alle facetten van de maatschappij
• Worden voorbereid en opgeleid voor vervolgonderwijs of werk
• Komen met plezier naar school en hebben een fijne tijd

3 Pesten: wat doen wij ertegen op VSO Deventer

De medewerkers van VSO Deventer vinden dat pesten een wezenlijk probleem is dat zeer schadelijk kan zijn voor leerlingen, zowel voor de slachtoffers als voor de leerlingen die pesten. Iedereen moet zich op school veilig en prettig voelen. Als je je op school veilig voelt, kun je ook beter leren en werken. Dat geldt voor zowel leerlingen als medewerkers. Een veilige school is een leefbare school.

Pesten vereist een gezamenlijke aanpak. Hierbij volgen wij de “5 sporen-aanpak” van Bob van der Meer.

Daarom verplicht de school zich tot:
• Het bewustmaken en het bewust houden van het probleem bij allen die erbij betrokken zijn;
• Het gericht voorlichten van alle betrokkenen;
• Het organiseren van activiteiten ter verbetering van het groeps- en schoolklimaat. We willen het pesten voorkomen.

Wanneer er toch gepest wordt betekent dit dat de school:
• Steun biedt aan de gepeste leerling;
• Steun biedt aan de leerling die pest;
• De zwijgende middengroep en/of meelopers betrekt bij het oplossen van het pestprobleem;
• Steun biedt aan de docent en
• Ouders/persoonlijk begeleider betrekt bij het oplossen van het pestprobleem.

Wat is pesten?
Onder pesten verstaan wij het volgende:
“Pesten is een steeds terugkerende, psychologische, lichamelijke of seksuele handeling van geweld door een leerling of een groep leerlingen ten opzichte van één of meer leerlingen, die (niet langer) in staat is/zijn zichzelf te verdedigen”.

We spreken dus van pestgedrag als dezelfde leerling(en) regelmatig en steeds weer opnieuw bedreigd en geïntimideerd wordt, zowel met woorden, in gedrag, licham
elijk als digitaal. Pesten is een vorm van geweld en daarmee grensoverschrijdend en zeer bedreigend.

Een klimaat waarin gepest wordt, tast iedereen aan. In een klas waar gepest wordt, kunnen alle leerlingen slachtoffer worden. Pestgedrag moet dan ook door iedereen serieus worden genomen.
Het lastige is dat veel pestgedrag zich in het verborgene afspeelt, zodat het moeilijk is om er greep op te krijgen. En zelfs als het pestgedrag wordt opgemerkt, weten docenten en andere betrokkenen niet altijd hoe ze ermee om moeten gaan. Docenten en onderwijsondersteunend personeel hebben echter een taak bij het voorkomen, bestrijden en oplossen van pestgedrag.
Leerlingen moeten ervan uit kunnen gaan dat ze hulp kunnen krijgen van volwassenen binnen de school. Volwassenen dienen oog te hebben voor de signalen van pestgedrag. Voor de mentoren betekent dit dat zij groepsgesprekken houden, aandacht hebben voor de groepssfeer en het functioneren van individuele leerlingen. Zij maken afspraken met de klas en zorgen ervoor dat deze afspraken nagekomen worden.

Hoe wordt er gepest?
De manieren waarop gepest kan worden, hebben we bijeengebracht onder vier hoofdgroepen. Daarachter hebben wij een aantal voorbeelden opgenoemd, om aan te geven op welke wijze pesten ingezet kan worden.

Digitaal: bedreigingen, vernederingen, schelden, belachelijk maken via mail, Facebook, Whatsapp, Twitter, Instagram, sms etc. Ook het filmen van bijvoorbeeld vechtpartijen en het fotograferen/filmen van individuen en dat op Youtube plaatsen of doorsturen aan vrienden via allerlei digitale kanalen wordt hieronder verstaan.
Verbaal: Vernederen, belachelijk maken, schelden, dreigen met bijnamen, dreigen met geweld, schrijven van (gemene) briefjes, dwingen.

Non-verbaal: Doodzwijgen, negeren, uitsluiten van groepjes, feesten, verjaardagen, middelvinger opsteken, tong uitsteken, lang aankijken, opjagen, achternalopen, opsluiten.
Fysiek: Trekken aan kleding, duwen, sjorren, schoppen, slaan, krabben, aan haren trekken, wapens gebruiken, seksueel geweld (bv. aan iemands borsten zitten, proberen te zoenen, iemand rondom middel vastpakken en meetrekken etc.), afpakken van spullen, spullen vernielen/beschadigen.

De gepeste leerling
Een leerling die wordt gepest, praat er thuis niet altijd over. Redenen hiervoor kunnen zijn:
• Schaamte
• Angst dat de ouders met de school of met de pester gaan praten en dat het pesten dan nog erger wordt
• Dat het probleem onoplosbaar lijkt
• Het idee dat het kind niet mag klikken

Mogelijke signalen van gepest worden (ook van belang voor ouders)
• Niet meer naar school willen
• Niet meer over school vertellen
• Het verslechteren van schoolresultaten
• Regelmatig hoofdpijn of buikpijn hebben
• Niet willen slapen, vaker wakker worden, bedplassen, nachtmerries hebben
• Niet meer alleen naar buiten willen
• Thuis prikkelbaar, boos of verdrietig zijn

De leerling die pest
Kinderen die pesten lijken vaak de ‘sterkeren’ in hun groep. Zij zijn of lijken populair maar zijn dat soms juist niet. Ze lijken hun populariteit af te dwingen door stoer en waar mogelijk “onkwetsbaar” gedrag te
tonen. Kinderen die pesten krijgen vaak andere leerlingen mee, want wie meedoet, loopt zelf de minste kans om slachtoffer te worden. Doorgaans lijken kinderen die pesten zich niet schuldig te voelen want het slachtoffer lijkt er om te vragen om gepest te worden. Pestgedrag kan een aantal dieperliggende oorzaken hebben. Hier houden wij bij de afhandeling van het pestprotocol zoveel mogelijk rekening mee.

De meelopers en andere leerlingen
Meelopers zijn leerlingen die af en toe meedoen met het pesten. Dit gebeurt meestal uit angst om zelf in de slachtofferrol terecht te komen, maar het kan ook zo zijn dat meelopers stoer gedrag wel interessant vinden en dat ze denken in populariteit mee te liften met kinderen die pesten. Verder kunnen leerlingen meelopen uit angst vrienden of vriendinnen te verliezen.
De meeste leerlingen houden zich afzijdig als er wordt gepest. Ze voelen zich wel vaak schuldig over het feit dat ze niet in de bres springen voor het slachtoffer of hulp inschakelen.

 Het pestprotocol
Ten grondslag aan het pestprotocol ligt de verklaring van de school en de ouders dat pestgedrag op school niet geaccepteerd wordt en dat indien het zich voordoet er volgens een vooraf bepaalde handelwijze tegen opgetreden wordt.

Uitgangspunten
Het pestprotocol kan alleen goed werken als aan bepaalde voorwaarden is voldaan:
1. Pesten moet als een probleem worden gezien door alle betrokken partijen: docenten, onderwijsondersteunend personeel, ouders en leerlingen. Zij zullen bereid moeten zijn tot samenwerking om de problemen rond pesten aan te pakken.
2. De school is actief in het scheppen van een veilig, pedagogisch klimaat waarbinnen pesten als onacceptabel gedrag wordt ervaren. Om pestgedrag zoveel mogelijk te voorkomen wordt pesten bespreekbaar gemaakt met de leerlingen. Ook worden er activiteiten gedaan om te zorgen voor een veilig werkklimaat in de klas.
3. Docenten en onderwijsondersteunend personeel moeten pesten kunnen signaleren en vervolgens duidelijk stelling nemen tegen het pesten.
4. De school dient te beschikken over een heldere aanpak indien pesten zich voordoet.

Maatregelen om pestgedrag te voorkomen.

De mentoren bespreken aan het begin van het schooljaar de algemene afspraken en regels in de klas, waaronder het pestprotocol. Hierbij wordt duidelijk gesteld dat pesten altijd gemeld moet worden en dit niet als klikken maar als hulpvraag wordt beschouwd.
Indien een mentor daartoe aanleiding ziet, besteedt hij/zij zeer duidelijk aandacht aan pestgedrag tijdens een groepsgesprek. Hierbij worden de rollen van de leerling die pest, het slachtoffer, de meelopers en de stille getuigen benoemd.

De vijf sporen aanpak

De algemene verantwoordelijkheid van de school
De school voert actief beleid rond pesten, zodat de veiligheid van leerlingen zo goed mogelijk geborgd is. De directie draagt er zorg voor dat alle personeelsleden voldo
ende geïnformeerd zijn m.b.t. het pesten in het algemeen en de te volgen stappen om pesten te voorkomen en om, als het toch voorkomt, er op een goede manier mee om te gaan Als iemand pestgedrag signaleert wordt contact opgenomen met de mentor en de orthopedagoog.

Het bieden van steun aan de leerling die gepest wordt
• Het probleem wordt serieus genomen.
• Er wordt uitgezocht wat er precies gebeurt.
• Er wordt met de gepeste leerling overlegd over mogelijke oplossingen.
• Zo nodig wordt andere (deskundige) hulp aangeboden.

Bij een gesprek met een leerling die gepest wordt, kunnen onderstaande vragen helpen om het gesprek vorm te geven:
• Klopt het dat je gepest wordt? (h)erkenning van het probleem).
• Door wie word je gepest? (doorvragen: zijn er nog meer?)
• Waar word je gepest? (doorvragen: zijn er nog meer plekken?)
• Hoe vaak word je gepest?
• Hoe lang speelt het pesten al?
• Weten je ouders of andere mensen dat je gepest wordt?
• Wat heb je tot nu toe zelf gedaan om het pesten te laten ophouden?
• Zijn er leerlingen die jou wel eens proberen te helpen?
• Wat wil je dat er nu gaat gebeuren; wat wil je bereiken?

Bespreek samen met de leerling wat hij/zij kan doen tegen het pesten. Waar wil de leerling aan werken om de situatie te verbeteren? Let daarbij op het volgende:
• Hoe spreekt de leerling met anderen?
• Welke lichaamstaal speelt een rol?
• Hoe gaat de leerling om met gevoelens en hoe maakt hij deze kenbaar aan anderen?
• Heeft de leerling genoeg vaardigheden om weerbaarder gedrag te tonen aan de leerling die pest?

Het bieden van steun aan de leerling die pest

• De leerling die pest wordt geconfronteerd met zijn gedrag en de gevolgen hiervan voor de gepeste. Belangrijk hierbij is dat een confrontatie iets anders is dan kritiek geven. Confronteren is probleemgericht. Het richt zich op gedrag dat waar te nemen is.
Kritiek geven is persoonsgericht. Er wordt gereageerd een gevoel van frustratie/irritatie op de ander en legt een betekenis op het gedrag van die ander. Het is belangrijk om in de confrontatie duidelijk te zijn op de inhoud en op het behoud van de relatie met die persoon. Benoem welk gedrag je waarneemt bij de leerling die pest (“ik zie dat je gemeen doet tegen …. Ik wil dat jij daarmee stopt.”) Vermijd woorden als altijd, vaak, meestal. Stel vast wat er is gebeurd en bespreek hoe het pestgedrag opgelost kan worden.

• De mentor benoemt het gewenste gedrag i.p.v. andersom.
• De mentor voorkomt discussie en spreekt in de ik-vorm.
• Mogelijke achterliggende oorzaken worden onderzocht en bespreekbaar gemaakt.
• Het gebrek aan invoelend vermogen van de leerling die pest wordt
bespreekbaar gemaakt.
• Zo nodig wordt andere (deskundige) hulp aangeboden. Met de leerling kan een contract opgesteld en ondertekend worden, waarin vastgelegd wordt dat het pesten per direct stopt. Als dat niet het geval is, wordt de procedure gevolgd zoals vastgelegd in het “time-out protocol VSO Deventer’.

Het betrekken van de middengroep bij het probleem
De middengroep is een belangrijke factor, zij moeten zo sterk mogelijk gemaakt worden in een klas/groep. Met de leerlingen van de middengroep moet worden besproken dat hun bijdrage erg belangrijk is. Zwijgen is geen keuze: het is de verantwoording van alle leerlingen dat er een fijne sfeer is en dat iedereen goed kan werken in de klas. Het is moedig en dapper om op te komen voor anderen die gepest worden. De mentor heeft als taak dit met de groep te bespreken. Door middel van spel en gesprekken kunnen de vaardigheden die leerlingen nodig hebben om tegen de leerling die pest op te staan, worden getraind.

• De mentor scherpt de regels die binnen de school en de klas gelden zo nodig aan en betrekt daar de hele groep bij. De regels worden positief opgeschreven.
• De mentor bespreekt het pesten met de groep/klas. Hij/zij legt daar ook de verschillende rollen van de leerlingen uit.
• Er wordt gesproken over mogelijke oplossingen en de bijdragen van de groep/klas aan de verbetering van de situatie. De mentor controleert na enige tijd of het pesten ook echt niet meer voorkomt.

Het bieden van steun aan de ouders

• Ouders die zich zorgen maken over pesten worden serieus genomen.
• De school werkt samen met de ouders om het pesten aan te pakken.
• De school adviseert ouders over de omgang met hun gepeste of pestende kind.
• De school verwijst de ouders zo nodig naar deskundige hulpverleners.

De ouders van leerlingen die gepest worden, hebben er soms moeite mee, dat hun kind aan zichzelf zou moeten werken. Hun kind wordt gepest en dat moet gewoon stoppen. Dat klopt, het pesten moet stoppen. Een gepest kind wil zich echter niet alleen veilig voelen op school, het wil ook geaccepteerd worden. Het verlangt ernaar om zich prettig en zelfverzekerder te voelen. Daar kan begeleiding of een training aan bijdragen.

Het stappenplan na een melding van pesten
De mentor
1. Wanneer het pesten plaatsvindt in klassenverband, praat de mentor eerst apart met de gepeste leerling en met de leerling die pest. Vervolgens organiseert de mentor een gesprek tussen beide leerlingen en probeert tot goede afspraken te komen.

2. De mentor bespreekt direct het vervolgtraject indien het pesten zich herhaalt.
3. De mentor praat met de klas. Dit is belangrijk in verband met de het herstellen van de groepssfeer en om te benadrukken welke verantwoordelijkheid ieder groepslid heeft.
4. Indien het probleem zich herhaalt, meldt de mentor het gedrag aan de orthopedagoog. Hij overhandigt hen de teamleider het dossier met daarin de gebeurtenissen en de afspraken die zijn gemaakt.

De orthopedagoog
1. De orthopedagoog neemt de rol van de mentor over als: het pesten zich blijft herhalen en/of als het pesten het klassenverband overstijgt. De mentor wordt gedurende het hele proces betrokken bij en geïnformeerd over de genomen stappen.
2. De orthopedagoog heeft zo nodig apart een gesprek met de gepeste leerling en de leerling die pest of organiseert direct een gesprek tussen beiden.
3. In het contact met de leerling die pest is het doel drieledig, namelijk:
o Confronteren
o Mogelijke achterliggende problematiek op tafel krijgen
o Helderheid geven over het vervolgtraject bij herhaling van pesten
4. In het contact met de gepeste leerling wordt gekeken of hij sociaal gedrag vertoont, waardoor hij een gemakkelijk doelwit vormt voor leerlingen die pesten.
5. De orthopedagoog biedt zo nodig, zowel aan de leerling die pest als de gepeste leerling, hulp op vrijwillige basis
6. De orthopedagoog stelt alle betrokkenen op de hoogte. Wanneer er sprake is van herhaaldelijk pesten, verzoekt de orthopedagoog hen om met hun zoon of dochter te praten. De mogelijkheden tot externe hulp worden besproken met ouders/verzorgers. Hij koppelt alle informatie weer terug naar de mentor.

Schorsing
Wanneer er, ondanks geboden ondersteuning, geen verandering zichtbaar is in het gedrag van de leerling die pest, volgt een schorsing van een dag. Indien noodzakelijk kan de schorsing worden verlengd.

Schoolverwijdering
Wanneer de leerling ondanks alle inspanningen van de betrokken partijen blijft volharden in het ongewenste pestgedrag, zijn er binnen de school geen perspectieven meer voor een gedragsverandering. De school kan en wil in dat geval niets anders dan verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid van de overige leerlingen. Er rest de school niets anders dan schoolverwijdering.

Digitaal pesten
Wat is digitaal pesten?
Digitaal pesten (cyberpesten) is het pesten of misbruiken via het internet en via mobiele telefoon. Digitaal pesten kan nog veel harder zijn dan pesten in het gewone, dagelijkse leven. Dit komt doordat de daders gemakkelijk anoniem kunnen blijven en de reikwijdte van het internet veel groter is. Tegelijkertijd komen kinderen er op steeds jongere leeftijd mee in aanraking.

Hoe wordt er digitaal gepest?

• Pest-mail (schelden, beschuldigen, roddelen, beledigen)
• stalking: het stelselmatig lastigvallen van iemand door het blijven sturen van haat-mail of het dreigen met geweld in chatrooms.
• Het tegenkomen van ongewenst materiaal zoals: porno en kinderporno, gewelddadig materiaal etc.

• Ongewenst contact met vreemden
Webcam-seks: beelden die ontvangen worden kunnen opgeslagen worden en te zijner tijd misbruikt worden
• Hacken: gegevens stelen of instellingen aanpassen. Ook het uit naam van een ander versturen van pest-mail.

Het stappenplan na een melding van digitaal pesten
1. Bewaar de berichten. Probeer de berichten waarin het pestgedrag voorkomt te bewaren. Vertel leerlingen hoe ze dat kunnen doen (afdrukken, selecteren en kopiëren, appjes opslaan).
2. Blokkeren van de afzender. Leg de leerling zo nodig uit hoe hij/zij de pestmail kan blokkeren.
3. Probeer de dader op te sporen. Soms is de dader te achterhalen door uit te zoeken van welke computer op school het bericht is verzonden. Neem contact op met de ICT-helpdesk. Het is mogelijk om van het IP-adres van de e-mail af te leiden van welke computer het bericht is verzonden.
4. Neem contact op met de ouders van de gepeste leerling. Geef de ouders voorlichting over welke maatregelen zij thuis kunnen nemen en verwijs ze zo nodig door (0800-5010: de onderwijstelefoon of 0900-1113111: de vertrouwensinspectie)
5. Adviseer aangifte. In het geval dat een leerling stelselmatig wordt belaagd is er sprake van stalking en dan kunnen de ouders aangifte doen. Ook wanneer het slachtoffer lichamelijk letsel of materiële schade is toegebracht, kan de politie worden ingeschakeld. Zo nodig kun je verwijzen naar Bureau Slachtofferhulp (www.slachtofferhulp.nl Tel: 0900-0101).
6. Het team Maatwerk & begeleiding. Verwijs de pester en/of de gepeste door naar het team Maatwerk & Begeleiding wanneer verdere begeleiding nodig is.


Vertrouwenspersoon en klachtencommissie

Ouders kunnen – ondanks alle inspanningen van school – niet tevreden zijn over de aanpak van de school van het pestprobleem. Als de gesprekken niet meer soepel verlopen, kunnen ouders gewezen worden op de mogelijkheid van bemiddeling door de vertrouwenspersoon. Ook hebben ouders het recht om een klacht in te dienen bij de klachtencommissie van de school of bij de Landelijke Klachtencommissie.

Seksuele intimidatie

Pesten kan zich ook in een seksuele vorm uiten. Het kan dan gaan om verbale beledigingen, begluren, het lastig vallen met seksueel getinte boodschappen en handtastelijkheden.
Klachten over seksuele intimidatie kunnen bij de vertrouwenspersoon van de school gemeld worden. De vertrouwenspersoon is er voor de ondersteuning van de klager. Een belangrijk aspect in die ondersteuning is dat de vertrouwenspersoon meedenkt over de meest logische vervolgstap.
Zo wordt er gekeken of:
• De klacht nog intern kan worden behandeld,
• Of er bemiddeling mogelijk is,
• Of dat het echt om ontucht, aanranding of verkrachting gaat.
Voor advies over seksueel grensoverschrijdend gedrag kan contact worden opgenomen met het Centraal meldpunt van de vertrouwensinspecteurs, tel: 0900-1113111. Voor de vertrouwenspersonen op de diverse locaties van Pluryn verwijzen wij naar de website van bovengenoemde organisatie.

Stroomschema pestprotocol






5 Fysiek ingrijpen

VSO Deventer doet er alles aan om leerlingen zo te begeleiden dat conflictsituaties voorkomen worden of hanteerbaar blijven, maar kan niet altijd voorkomen dat in uitzonderlijke conflictsituaties uit een oogpunt van veiligheid fysiek ingrijpen noodzakelijk is. Fysiek ingrijpen is nooit een middel op zich. Er zijn altijd stappen aan vooraf gegaan en er zullen altijd acties op volgen om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen.

Relevante wettelijke kaders

• Scholen moeten erop toezien dat leerlingen zichzelf of anderen geen schade toebrengen, vanwege de zorgplicht van scholen voor leerlingen die voortvloeit uit o.a. de Arbowet, cao’s en het Burgerlijk Wetboek. Wanneer de school tekortschiet, is deze aansprakelijk te stellen. Niet ingrijpen kan dan ook verwijtbaar zijn.
• Artikel 11 van de Grondwet, het recht op lichamelijke integriteit: “Iedereen heeft behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.”
• Iemand opsluiten (bijvoorbeeld apart zetten in een klaslokaal dat op slot gaat) is strafbaar onder artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht: je mag iemand niet van zijn vrijheid beroven.
• Artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht ofwel de strafuitsluitingsgrond noodweer: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door noodzakelijke verdediging van eigen of anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.”

Let op! Een medewerker mag beetpakken en in bedwang houden als hij/zij in overeenstemming met dit protocol handelt. De medewerker blijft altijd op persoonlijke titel aanspreekbaar, ongeacht of de school beleid erop voert of niet. (Bron: Stichting School en Veiligheid)

Begrippen
• Fysiek handelen: het vastpakken en -houden van een leerling en wanneer nodig, het wegleiden van een leerling uit een situatie met behulp van vasthouden. Hierbij kunnen specifieke technieken worden toegepast.
Technieken: de binnen de training de-escalerend werken aangeleerde technieken van vasthouden, naar de grond brengen en wegleiden.
• Proportioneel: het vastpakken en -houden van een leerling op een manier die past bij het gedrag van de leerling, die past bij het doel dat beoogd wordt met de ingreep en die nooit langer duurt dan noodzakelijk.
Agressie en geweld: scheldpartijen, bedreigingen, vernederingen, pesten, slaan, schoppen, spugen en overrompeld worden. Er wordt wel een onderscheid gemaakt tussen fysiek, psychisch en verbaal geweld. Bij psychisch en verbaal geweld wordt er niet fysiek gehandeld. Bij fysiek geweld dat op lichamelijke schade gericht is kan wel fysiek worden gehandeld wanneer er sprake is van een onveilige situatie.
Onveilige situatie: die situatie waarbij sprake is van acuut gevaar voor de persoon zelf of voor anderen en waarbij niet ingrijpen erger is dan wel ingrijpen.

Uitgangspunten

• Fysiek ingrijpen is een uiterst middel.
Fysiek ingrijpen mag alleen als er geen alternatieven meer zijn, de leerling een gevaar is voor zichzelf of een ander en niet ingrijpen erger is dan wel ingrijpen.
Alle andere pedagogische hulpmiddelen hebben onvoldoende geholpen en er is een onveilige situatie of deze dreigt te ontstaan. Er zullen altijd stappen aan vooraf gegaan zijn en er zullen altijd acties op volgen om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen. Hoewel fysiek ingrijpen een machtsmiddel is, blijft de ingreep erop gericht om de veilige situatie te herstellen.
• De afhandeling van een conflict is erg belangrijk.
De leerling zelf, maar ook de leerlingen die bij het conflict betrokken raken, moeten weten dat fysiek ingrijpen nooit “normaal” is.
• Een medewerker moet vanuit een professionele houding kunnen handelen.
Fysiek ingrijpen kan alleen als de medewerker emotioneel niet te zeer bij het conflict betrokken is of dreigt te raken. Als hij/zij dit niet kan, zal een collega worden ingeschakeld. Dit moet tijdig gebeuren, het kan misschien een fysiek ingrijpen voorkomen.
• Daar waar fysiek ingrijpen noodzakelijk is, wordt altijd een tweede medewerker gevraagd om bij te springen. Dit heeft meerdere redenen:
o Een tweede medewerker kan de-escalerend werken
o De medewerkers kunnen van elkaar zien of de emotionele betrokkenheid niet te groot wordt
o Met twee medewerkers is de kans op een worstelpartij waarbij de leerling en/of medewerker elkaar letsel toebrengen minder groot

• Fysiek ingrijpen gebeurt proportioneel en stopt zodra de onveilige situatie is opgeheven.
Er worden technieken gebruikt die nodig zijn om de situatie te herstellen. Er mag geen onnodig geweld gebruikt worden. Tijdens en na een fysieke ingreep blijft herstellen van het contact heel belangrijk. Medewerkers zullen duidelijk aangeven wat er verwacht wordt van de leerling om de fysieke ingreep onnodig te maken en wanneer dit gestopt wordt. Het is belangrijk om te blijven praten met de leerling. Naast dat het helpend is voor de leerling, is contact blijven houden ook belangrijk als hulpmiddel om zelf rustig te blijven.

Richtlijnen
Als richtlijn voor fysiek ingrijpen wordt onderstaand schema gehanteerd:
Leerling is wel aanspreekbaar
Leerling is niet aanspreekbaar

Leerling werkt mee Geen fysieke ingreep nodig Geen fysieke ingreep nodig, maar kans op ingrijpen is aanwezig
Leerling werkt niet mee Door communicatie en proportioneel fysiek ingrijpen tot meewerken bewegen Fysiek ingrijpen
Contact blijven zoeken

Aanpak
• De medewerker beoordeelt of er sprake is van een onveilige situatie
• De medewerker beoordeelt of een fysieke ingreep nodig is
• De medewerker handelt volgens de uitgangspunten

Afhandeling
1. De leerling wordt tot rust gebracht.
2. Ouders/verzorgers worden geïnformeerd.
3. In samenspraak met de schoolleiding of de Commissie voor de Begeleiding zal er oog zijn voor en zullen er acties ondernomen worden richting:
o De leerling
o Betrokken anderen
o Eventuele getuigen
o Leerkrachten die bij het conflict betrokken waren
o Ouders/verzorgers
Hierbij worden de gebruikelijke procedures rondom conflictafhandeling gebruikt.

Klachten
Op dit protocol is de klachtenregeling van toepassing (zie hoofdstuk Klachtenregeling in dit veiligheidsplan).

   6 Vertrouwenspersoon


Pluryn heeft een vertrouwenspersoon in dienst, die klachten van werknemers en leerlingen in behandeling neemt. Voor leerlingen en medewerkers zijn er verschillende vertrouwenspersonen. De vertrouwenspersoon voor medewerkers is Marleen Demmers. De vertrouwenspersonen voor leerlingen zijn Frank Gebhardt en Chantal Jansen.


Gegevens vertrouwenspersoon leerlingen

Frank Gebhardt
Aanwezig: maandag t/m vrijdag
fgebhardt@intermetzo.nl

Chantal Janssen
Aanwezig: maandag en dinsdag elke week. Afwisselend op donderdag of vrijdag.

Gegevens vertrouwenspersoon medewerkers

Marleen Demmers
Aanwezig: maandag, dinsdag, woensdag
mdemmers@intermetzo.nl

    7 Klachtenregeling
Het klachtrecht heeft een belangrijke signaalfunctie met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs. Door middel van de klachtenregeling ontvangen het bevoegd gezag en de school signalen die hen kunnen ondersteunen bij het verbeteren van het onderwijs en de gang van zaken op school.

Als een leerling ergens niet tevreden over is, bijvoorbeeld over regels of afspraken op school of over de manier waarop zij/hij wordt behandeld, wordt dit bespreekbaar gemaakt. De leerling kan dit doen door in gesprek te gaan met de mentorleerkracht of intern begeleider, maar kan ook een klachtenformulier invullen. Op elke school staat hiervoor een brievenbus. De klachtenformulieren en acties naar aanleiding van de klacht worden in de Commissie voor de Begeleiding besproken.

Eerst wordt geprobeerd om het probleem op te lossen met de mensen die erbij betrokken zijn, op de plek waar iets gebeurd is. Er wordt dan een gesprek gepland, met de intern begeleider of orthopedagoog. Dit wordt een bemiddelingsgesprek genoemd. Vaak wordt er in dit gesprek een goede oplossing gevonden. Als er geen goede oplossing wordt gevonden of als de leerling niet tevreden is over het gesprek, kan deze beslissen om een officiële klacht in te dienen. Hierbij is het belangrijk om te weten dat de leerling zelf de klacht op papier moet zetten. Ook voor ouders is het mogelijk een klacht in te dienen.

Daarnaast zijn er de volgende manieren om een klacht bespreekbaar te maken.
• Als eerste kan de klacht worden opgepakt met de vertrouwenspersoon. Er wordt dan samen met de vertrouwenspersoon naar een oplossing gekeken (voor de gegevens van deze persoon zie hoofdstuk vertrouwenspersoon).
• Als tweede kan de klachtencommissie worden benaderd. Dit is een onafhankelijke commissie, waarin mensen zitten die niet voor Pluryn werken. Behandeling van een klacht is gratis. De commissie komt met een uitspraak en een advies aan Pluryn. Om een klacht in te dienen, dient er gebruik te worden gemaakt van het klachtenformulier. Als derde is er de Commissie voor bemiddeling. De commissie zorgt voor een bemiddeling tussen beide partijen.

De externe klachtencommissie
De klachtencommissie bestaat uit de volgende leden:
•De heer Sjon Oude Egberink: voorzitter van de commissie
•Mevrouw Mirthe Loeffen
•Mevrouw Ziggy Sperling
•Mevrouw Sandra Rijk
•Mevrouw Hanneke Bijl
•De heer Karel van Dijk
•De heer Rinke Dulack
•De heer Johan Krist

De klachtencommissie wordt door Pluryn Jeugd ondersteund door een ambtelijk secretaris en beleidsmedewerker. Dit is Carla Lichtenberg. De secretariaatsmedewerker voor de klachtencommissie is Heidy Imminga. Zij zijn beiden bereikbaar op
telefoonnummer 055-378 88 00.


8 Bedrijfsopvangteam
Na een indrukwekkende gebeurtenis zorgt een directe collega of intern begeleider voor de eerste opvang. Indien gewenst biedt het bedrijfsopvangteam vervolgopvang. Het bedrijfsopvangteam telt zes leden die een speciale training hebben gehad. Ze zijn werkzaam op verschillende locaties van Pluryn.
Als de ervaring zo ernstig was dat het team professionele hulp nodig acht, kan de betreffende medewerker het advies krijgen naar een externe psychosociale hulpverlener te gaan. De medewerker kan ook zelf beroep op een hulpverlener doen.
Het bedrijfsopvangteam is bereikbaar via telefoonnummer 06 - 53 92 28 74.

Stroomschema aanmelding bedrijfsopvangteam




Bijlage: bronnen met informatie over (het stoppen van)pesten

Lessuggesties voor docenten:
• Pesten op school door Bob van der Meer. Overzicht van artikelen, Utrecht, APS,
1990 ISBN 9066073047. Zie www.pesten.net
• De website van de Stichting Vredeseducatie www.vredeseducatie.nl biedt tal van suggesties.
• Het APS heeft effectief werken aan regels, aanspreken en het nemen van maatregelen kort samengevat in het boekje “baas in eigen soap”. Het laat zien hoe leerlingen actief te betrekken zijn bij: het maken van school- en klassenregels, het aanspreken op elkaar (complimenteren, vragen stellen en kritiek geven), het verbeteren van gedrag. Ook de No Blame aanpak en herstelrecht komen daarin kort ter sprake. Het boekje is aan te vragen bij het Expertisecentrum “School en veiligheid” van het APS. De tekst is ook te downloaden via www.schoolenveiligheid.nl
• Voor informatie over beeldmateriaal mbt pesten is er de Klantenservice televisiearchief van het Nederlands instituut voor Beeld en Geluid. Website:
www.beeldengeluid.nl

Sites tegen pesten:
• www.sjn.nl/pesten Deze site is bedoeld voor ouders die willen weten hoe je pesten kunt herkennen en wat je ertegen kunt doen. De site gaat uit van de Stichting jeugdinformatie Nederland.
• www.pesten.net Biedt uitgebreide informatie over de aanpak van pesten voor ouders, leerlingen en scholen. Deze site gaat uit van Bob van der Meer, voorzitter van de Stichting Europees Expertisecentrum voor Veiligheid.
• www.pestweb.nl Geeft informatie aan leerlingen van de bovenbouw. Ook docenten en ouders kunnen er terecht De site gaat uit van het transferpunt voor jongeren, school en veiligheid van het APS.
• www.aps.nl Na de homepage zijn verschillende mogelijkheden voor handen zoals: transferpunt jongeren, school en veiligheid.
• www.pestenislaf.nl Hier kan pesten gemeld worden, scholen krijgen advies hoe ze dit kunnen voorkomen en oplossen. Dit initiatief gaat uit van de Stichting Kinderconsument.

Vragen over pesten op school:
• Hulplijn Pestweb (0800-2828280)
Leerlingen en docenten kunnen iedere schooldag van 14.00 tot 17.00 uur voor een persoonlijk gesprek terecht bij de hulplijn van www.pestweb.nl
• Ouders & Onderwijs (0800-5010)
Is een gezamenlijk initiatief van de landelijke organisaties voor ouders in het onderwijs. Het is op schooldagen gratis bereikbaar van 10.00 tot 15.00. Aan de medewerkers kan men allerlei soorten vragen over het onderwijs stellen, ook over pesten. Er wordt geluisterd, advies gegeven of doorverwezen naar deskundigen. Vragen kunnen ook per e-mail worden gesteld via de website www.50tien.nl

Suggesties voor in de orthotheek op te nemen materiaal.

• Uit de CPS- serie: onder twee ogen het boek Buitenspel van Rochard Backers.
• Uit de serie Kijk en beleef nr. 5: Plagen-omgaan met plagerijtjes door Jennine Staring.
• Mijn leerling online door Justine Pardoen en Remco Pijpers (o.a hoofdstuk 2 over wat te doen bij digitaal pesten).
• Theoretische verantwoording- kinderen en hun sociale talenten door Kitty van Voorst van Beest en Martine Bokkem.
• Pesten op school-adequaat optreden tegen pestgedrag door Dieter en Gita Krowatschek. Spelletjes, activiteiten en oefeningen voor herkennen, signaleren en bestrijden van pestgedrag op school.
• Horen, zien en niet meer zwijgen door Margot Cox. Een uitgave van onderwijsvoorlichting Kenmerk.
• Stop het pesten. Een uitgave van Stichting Stop het Pesten.